Op Prinsjesdag, de derde dinsdag van september, presenteert het kabinet het Belastingplan voor het komende jaar. Daarin staan ook de tarieven van de energiebelasting op stroom en gas en de hoogte van de heffingskorting, de vaste korting die elk huishouden op de energiebelasting krijgt.
Voor 2027 is dat extra spannend, omdat in datzelfde jaar de salderingsregeling voor zonnepanelen stopt en de overheid de belasting al jaren bewust verschuift van stroom naar gas. Deze twee bewegingen samen bepalen wat het in 2027 kost om te koken, te wassen, te drogen en te douchen. En dus ook welk apparaat u het beste kunt kiezen als er iets vervangen moet worden. In dit artikel vertalen we de cijfers naar uw keuken, uw bijkeuken en uw badkamer.
In dit artikel:
Elk apparaat dat gas vervangt door efficiënt stroomgebruik wordt in 2027 een beetje aantrekkelijker, en in 2028 met de CO₂-heffing opnieuw
Waarom uw energierekening in 2027 verandert
Vier bewegingen tegelijk
De eerste beweging is het einde van salderen op 1 januari 2027. Wie zonnepanelen heeft, kan teruggeleverde stroom niet meer wegstrepen tegen afgenomen stroom en krijgt in plaats daarvan een terugleververgoeding van minimaal 50 procent van het kale leveringstarief. Voor een gezin met tien panelen betekent dat, zonder maatregelen, een rekening die enkele honderden euro's hoger uitvalt. Hoe u dat opvangt met uw huishoudelijke apparaten, leest u in ons uitgebreide dossier over slim zonnestroom gebruiken zonder thuisbatterij.
De tweede beweging is de verschuiving van de energiebelasting. Sinds het Klimaatakkoord van 2019 wordt gas stapsgewijs zwaarder belast en stroom lichter, om elektrisch verwarmen en koken aantrekkelijker te maken. In 2026 daalde de belasting op stroom met ruim een cent per kWh en steeg die op gas met ruim tweeënhalve cent per m³. Het kabinet heeft ook voor 2027 en 2028 geld gereserveerd om deze lijn door te zetten.
De derde beweging is het Europese emissiehandelssysteem voor gebouwen en vervoer, ETS2, dat een CO₂-prijs legt op aardgas voor huishoudens. De invoering is uitgesteld van 2027 naar 2028, dus in 2027 merkt u hier nog niets van. Maar het Planbureau voor de Leefomgeving raamde in mei 2026 de extra kosten voor huishoudens in 2030 op 10 tot 70 euro per maand, afhankelijk van het gasverbruik. Wie in 2027 een apparaat koopt dat tien tot vijftien jaar meegaat, koopt dus een apparaat dat het grootste deel van zijn leven in het ETS2-tijdperk draait.
De vierde beweging zijn de netbeheerkosten, die al enkele jaren met circa 25 euro per aansluiting per jaar stijgen door de investeringen in het stroomnet. Die kosten zijn vast en hangen niet af van uw verbruik, maar wel van het feit dat u een aansluiting heeft. Wie zowel een gas- als een stroomaansluiting heeft, betaalt twee keer vastrecht en twee keer netbeheerkosten.
Zo is uw energierekening opgebouwd
Ongeveer de helft is belasting en netkosten
Een kilowattuur stroom kost een huishouden in september 2026 gemiddeld 27 tot 29 cent. Daarvan is ruim 11 cent energiebelasting (inclusief btw) en nog eens 4 tot 5 cent btw over de rest. De kale stroomprijs die de leverancier zelf rekent, ligt rond de 10 tot 12 cent. Bij gas is de verhouding nog schever: een kubieke meter kost circa €1,35, waarvan ongeveer €0,73 energiebelasting is. Ruim de helft van uw gasprijs is dus belasting, tegenover ongeveer 40 procent van uw stroomprijs. Precies daar zit de knop waar het kabinet aan draait.
De heffingskorting
Elk huishouden met een stroomaansluiting krijgt jaarlijks een vast bedrag terug op de energiebelasting: in 2026 is dat €628,96. Dit bedrag staat los van uw verbruik en wordt verrekend op de jaarafrekening. Omdat het een vast bedrag is, profiteren zuinige huishoudens er relatief het meest van. Er zijn signalen dat het kabinet de korting in 2027 licht wil verlagen; de definitieve hoogte hoort bij de besluiten van Prinsjesdag.
Een handige omrekening
Eén kubieke meter gas bevat ongeveer 8,8 kWh aan energie. Bij een HR-ketel met een rendement van 85 tot 90 procent houdt u daar ruim 7,5 kWh nuttige warmte aan over. Een kubieke meter gas van €1,35 levert dus warmte voor circa 18 cent per kWh. Een elektrische boiler maakt van een kWh stroom van 28 cent precies één kWh warmte: duurder dan gas. Een warmtepompboiler of warmtepomp maakt van diezelfde kWh stroom drie tot vier kWh warmte, wat neerkomt op 7 tot 9 cent per kWh warmte: goedkoper dan gas. Dit is de rekensom die in de rest van dit artikel steeds terugkomt.
Stroom wint alleen als het apparaat efficiënt is: een weerstandsboiler maakt van één kWh stroom één kWh warmte, een warmtepomp drie tot vier
Wat er op Prinsjesdag wordt besloten
De tarieven die vaststaan en de tarieven die komen
Op het moment van schrijven, begin september 2026, zijn de tarieven voor 2027 nog niet officieel. Wat vaststaat: het einde van salderen, de omslag van terugleverkosten naar een tarief per kWh, en het uitstel van ETS2 naar 2028. Wat op 15 september wordt vastgesteld: de energiebelasting per kWh en per m³ voor 2027 en de hoogte van de heffingskorting. Onderstaande tabel vullen we op de dag zelf aan; de rest van dit artikel verandert daar niet door.
| Onderdeel | 2025 | 2026 | 2027 (Prinsjesdag) |
|---|---|---|---|
| Energiebelasting stroom (incl. btw, per kWh) | € 0,12286 | € 0,11085 | bekend op 15 september |
| Energiebelasting gas (incl. btw, per m³) | € 0,69957 | € 0,72680 | bekend op 15 september |
| Heffingskorting (per aansluiting, per jaar) | € 635,19 | € 628,96 | bekend op 15 september |
| Salderen zonnestroom | Ja | Ja | Nee, terugleververgoeding |
| CO₂-heffing ETS2 op gas | Nee | Nee | Nee (start 2028) |
De richting is geen geheim, alleen de precieze centen nog niet: het kabinet heeft tot en met 2028 jaarlijks 200 miljoen euro gereserveerd om stroom lichter en gas zwaarder te belasten
De richting is al duidelijk
Ook zonder de exacte cijfers is de richting geen geheim. Het kabinet heeft aangegeven de belasting op stroom verder te willen verlagen en die op gas te verhogen, en heeft daar tot en met 2028 jaarlijks 200 miljoen euro voor gereserveerd. De precieze centen bepalen hoe groot het effect is, niet welke kant het op gaat. Voor uw apparaten betekent dat: elk apparaat dat gas vervangt door efficiënt stroomgebruik wordt in 2027 een beetje aantrekkelijker, en in 2028 met ETS2 opnieuw. Elk apparaat dat stroom verspilt, blijft relatief duur, ook al daalt de belasting een fractie.
Gas of stroom: de balans slaat door
Jarenlang was gas zonder discussie goedkoper. Die tijd is voorbij - maar stroom wint alleen als het apparaat efficiënt is
Het omslagpunt
Jarenlang was gas voor koken en warm water zonder discussie goedkoper dan stroom. Die tijd is voorbij, maar met een belangrijke nuance: stroom wint alleen als het apparaat efficiënt is. Een weerstandsboiler, een oude condensdroger of een elektrische kachel maakt stroom nog steeds duurder dan gas. Een warmtepompboiler, een warmtepompdroger of een inductiekookplaat maakt stroom goedkoper dan gas. Het verschil zit in de techniek, niet in het tarief. Wie in 2027 overstapt van gas naar stroom, moet dus niet alleen naar de energiedrager kijken maar vooral naar het rendement van het apparaat. De afweging voor het fornuis staat uitgebreid in ons artikel inductie versus gas: welke is de beste keuze.
Het vastrecht als bonus
Wie helemaal van het gas af kan (koken én warm water én verwarming), bespaart bovendien het vastrecht en de netbeheerkosten van de gasaansluiting: samen al snel 250 tot 300 euro per jaar. Dat is voor veel huishoudens de grootste post van allemaal, groter dan het verschil in verbruikskosten. Alleen elektrisch gaan koken terwijl de cv-ketel op gas blijft, levert dit voordeel niet op. Het is daarom verstandig apparaatkeuzes in samenhang te bekijken: de nieuwe kookplaat, de boiler en de toekomstige verwarming.
Wat dit betekent per apparaat
Koken: inductie wint van gas
Een gemiddeld huishouden gebruikt voor koken op gas ongeveer 60 tot 70 m³ per jaar. Bij €1,35 per m³ is dat circa €80 tot €95. Dezelfde maaltijden op inductie kosten 175 tot 200 kWh per jaar, wat bij 28 cent neerkomt op €50 tot €56. Inductie is dus nu al goedkoper in gebruik, en elke verschuiving van belasting van stroom naar gas vergroot dat verschil. Wie zonnepanelen heeft en overdag kookt, gebruikt bovendien eigen stroom.
De kanttekening: inductie vraagt meestal een aparte groep of een twee-fasenaansluiting in de meterkast, en op sommige plekken is het verzwaren van de aansluiting sinds juli 2026 onderhevig aan wachtlijsten van de netbeheerder. Laat vooraf checken wat uw huidige aansluiting aankan; een inductiekookplaat met vermogensbegrenzing (power management) werkt in de meeste woningen zonder verzwaring. Hoe u dat nagaat, staat in van gas naar inductie: past een inductiekookplaat in uw meterkast? en, voor een heel fornuis, in een inductiefornuis zonder krachtstroom. Diverse gemeenten geven subsidie op de overstap naar elektrisch koken.
Warm water: de warmtepompboiler wint, de gewone boiler verliest
Een gezin van vier personen gebruikt voor douchen, baden en de keuken ongeveer 300 tot 400 m³ gas per jaar, ofwel €400 tot €540. Een elektrische weerstandsboiler die hetzelfde warme water maakt, verbruikt 2.500 tot 3.000 kWh: €700 tot €840. Dat is dus duurder, tenzij een groot deel op eigen zonnestroom draait. Een warmtepompboiler verbruikt voor dezelfde hoeveelheid warm water 800 tot 1.200 kWh: €225 tot €335. Die is dus goedkoper dan gas, en met zonnestroom overdag nog veel goedkoper.
Een warmtepompboiler kost inclusief installatie meer dan een gewone boiler, maar het verschil in verbruik verdient dat verschil in een aantal jaren terug. In 2027 en zeker vanaf 2028 wordt die rekensom elk jaar gunstiger.
Het verschil tussen condens en warmtepomp is €50 tot €90 per jaar - in 2026, in 2027 en in 2036
Drogen: het verschil tussen condens en warmtepomp wordt groter in euro's
Drogen is altijd elektrisch, dus hier speelt de gas-stroomverschuiving niet. Maar de absolute kosten tellen wel. Een condensdroger verbruikt 2,5 tot 4 kWh per beurt; bij 150 beurten per jaar is dat 375 tot 600 kWh, ofwel €105 tot €170. Een warmtepompdroger met label A verbruikt 1,3 tot 1,9 kWh per beurt: 195 tot 285 kWh per jaar, ofwel €55 tot €80. Het verschil van €50 tot €90 per jaar is er in 2026, in 2027 en in 2036.
Bovendien draait een warmtepompdroger door zijn lage vermogen (600 tot 1.000 watt) veel vaker volledig op zonnestroom dan een condensdroger van 2.500 watt, wat na het einde van salderen extra telt. Meer cijfers staan in ons dossier over de energiekosten van een wasdroger en in de uitleg over de Bosch Serie 8 warmtepompdrogers met energieklasse A.
Wassen en afwassen: de temperatuur bepaalt de rekening
Bij wasmachines en vaatwassers gaat 80 tot 90 procent van het verbruik naar het verwarmen van water. Het verschil tussen een eco-programma en een intensief programma is bij een vaatwasser 0,55 tegenover 1,4 kWh per beurt; bij 250 beurten per jaar scheelt dat ruim 200 kWh, ofwel €60. Wassen op 30 in plaats van 60 graden halveert het verbruik per beurt. Dit zijn gedragskeuzes die niets kosten en die na 2027 hun waarde behouden ongeacht wat er met de belasting gebeurt.
Wie een nieuwe wasmachine of vaatwasser koopt, kijkt naar het verbruik per 100 cycli op het energielabel én naar de mogelijkheid het apparaat op afstand te starten, zodat het overdag op zonnestroom of in goedkope uren kan draaien. Zie ook energiezuinige wasmachines, energiezuinige vaatwassers en slim wassen en drogen met dynamische energietarieven.
Een koelkast draait 8.760 uur per jaar: ongevoelig voor het tijdstip van gebruik, maar zeer gevoelig voor het verbruik per jaar
Koelen en vriezen: altijd aan, dus altijd relevant
Een koelkast of vriezer draait 8.760 uur per jaar en is daarmee ongevoelig voor het tijdstip van gebruik, maar zeer gevoelig voor het verbruik per jaar. Een koel-vriescombinatie van vijftien jaar oud verbruikt 350 tot 380 kWh per jaar, een nieuwe met label C circa 160 kWh. Het verschil van ruim 200 kWh is €55 tot €60 per jaar. Met een tweede koelkast in de garage of schuur (gemiddeld 140 kWh, bij oudere modellen tot 300 kWh per jaar) komt daar nog eens €40 tot €85 bij.
Meer hierover leest u in energie besparen met een energiezuinige koelkast. Hoe u zelf meet wat uw apparaten verbruiken, staat in onze meetgids met P1-meter en slimme stekker.
Rekenvoorbeeld: een gezin in 2027
Uitgangssituatie
Een gezin van vier in een rijtjeswoning kookt op gas, heeft een cv-ketel voor verwarming en warm water, een condensdroger van acht jaar, een koel-vriescombinatie van veertien jaar en tien zonnepanelen. Het stroomverbruik is 3.500 kWh, het gasverbruik 1.200 m³, waarvan 65 m³ voor koken en 350 m³ voor warm water. We rekenen met 28 cent per kWh en €1,35 per m³, de tarieven van 2026; de wijzigingen van Prinsjesdag verschuiven de uitkomst enkele tientjes, maar veranderen de conclusie niet.
Scenario A: niets doen
Door het einde van salderen stijgt de stroomrekening met circa €640 (zie het dossier over zonnestroom). De gasrekening blijft €1.620 plus vastrecht. Totaal extra: circa €640 per jaar ten opzichte van 2026.
Scenario B: apparaten slim inzetten en gericht vervangen
Het gezin laat vaatwasser, wasmachine en droger overdag draaien (zelfverbruik van 30 naar 40 procent: €110 besparing), vervangt de condensdroger door een warmtepompdroger die aansluitend op de was automatisch op zonnestroom start (€70 minder verbruik, waarvan het grootste deel bovendien op eigen stroom), vervangt de koel-vriescombinatie door een model met label C (€55) en stapt over op inductie (€35 minder verbruikskosten, en overdag koken op eigen stroom). Samen: circa €270 per jaar.
Kiest het gezin bij de volgende vervanging van de cv-ketel voor een warmtepompboiler voor warm water, dan komt daar nog eens €150 tot €250 per jaar bij, en op termijn het vastrecht van gas als ook de verwarming elektrisch wordt.
De conclusie
De stijging door het einde van salderen is grotendeels te compenseren met apparaten die het gezin toch een keer moet vervangen, mits het bij die vervanging de juiste techniek kiest en de apparaten op het juiste moment laat draaien. Dat is de rode draad van Prinsjesdag 2026 voor uw huishouden: de overheid maakt efficiënt stroomgebruik elk jaar iets aantrekkelijker en gas elk jaar iets duurder. Wie daar bij de aanschaf op anticipeert, betaalt de komende tien jaar minder.
Wat u nu al kunt doen
Voor Prinsjesdag
Pak uw jaarafrekening en noteer uw stroomverbruik in kWh, uw gasverbruik in m³ en, als u panelen heeft, uw teruglevering. Schat hoeveel gas naar koken en warm water gaat (samen vaak 30 tot 40 procent van het gasverbruik in een goed geïsoleerd huis). Kijk welke apparaten ouder zijn dan tien jaar. Dat zijn uw kandidaten.
Na Prinsjesdag
Reken met de nieuwe tarieven de drie sommen uit dit artikel opnieuw: koken, warm water en drogen. Ze staan hierboven met alle aannames, zodat u alleen de tarieven hoeft te vervangen. Vergelijk daarna niet alleen apparaten op prijs, maar op verbruik per jaar maal het tarief maal de verwachte levensduur. Een apparaat dat €150 duurder is maar €60 per jaar bespaart, is na tweeënhalf jaar goedkoper.
Wat wij in de winkel voor u doen
Bij De Schouw Witgoed rekenen we graag met u mee: welk apparaat past bij uw aansluiting, hoeveel het jaarlijks verbruikt, of het op afstand te starten is voor zonnestroom of een dynamisch contract, en wat de terugverdientijd is ten opzichte van uw huidige apparaat. Neemt u uw jaarafrekening mee, dan hebben we de belangrijkste cijfers in een paar minuten op een rij.
Veelgestelde vragen over de energiebelasting in 2027
- 1. Wordt stroom in 2027 goedkoper?
- De energiebelasting op stroom is in 2026 al gedaald en de verwachting is dat het kabinet die lijn doorzet. De definitieve tarieven worden op Prinsjesdag 2026 bekendgemaakt. De kale stroomprijs hangt daarnaast af van de markt en van uw contract. Reken op een all-in prijs die rond de 27 tot 29 cent per kWh blijft schommelen.
- 2. Wordt gas in 2027 duurder?
- De energiebelasting op gas stijgt al enkele jaren en de verwachting is dat dit in 2027 doorgaat. De extra CO₂-heffing van ETS2 is uitgesteld naar 2028, maar komt eraan. Wie een apparaat koopt dat tien jaar meegaat, doet er goed aan daarmee te rekenen.
- 3. Is elektrisch koken goedkoper dan gas?
- Ja, met inductie. Koken op gas kost een gemiddeld huishouden €80 tot €95 per jaar, koken op inductie €50 tot €56 bij de tarieven van 2026. Met zonnepanelen en overdag koken wordt het verschil groter. Let wel op de aansluiting in de meterkast.
- 4. Is een elektrische boiler goedkoper dan een gasketel?
- Een gewone elektrische boiler niet: die maakt van één kWh stroom één kWh warmte en is daarmee duurder dan gas, tenzij hij grotendeels op eigen zonnestroom draait. Een warmtepompboiler maakt van één kWh stroom drie tot vier kWh warmte en is wél goedkoper dan gas.
- 5. Verandert er iets aan de heffingskorting?
- De heffingskorting is in 2026 €628,96 per aansluiting. De hoogte voor 2027 wordt op Prinsjesdag vastgesteld; er zijn signalen dat het bedrag licht daalt. Omdat het een vast bedrag is, merken zuinige huishoudens een verlaging relatief het meest.
- 6. Moet ik wachten met een nieuw apparaat tot de tarieven bekend zijn?
- Nee. De richting is duidelijk (stroom relatief goedkoper, gas duurder) en de verschillen tussen zuinige en onzuinige apparaten zijn veel groter dan de verschuiving in belasting. Een warmtepompdroger, een inductiekookplaat of een zuinige koelkast is bij elk denkbaar tarief de betere keuze.

4.6 uit 3839 reviews