Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Wie zonnepanelen heeft, hoort sindsdien overal hetzelfde advies: koop een thuisbatterij. Dat advies is niet verkeerd, maar het is wel eenzijdig. Een thuisbatterij kost al snel vijf- tot achtduizend euro en verdient zich bij een gewoon energiecontract pas na ruim tien jaar terug.
Er is een goedkopere route die vrijwel niemand uitlegt: zorg dat uw zonnestroom wordt verbruikt op het moment dat hij wordt opgewekt. Uw wasmachine, droger, vaatwasser, boiler en eventueel uw auto zijn daarvoor de belangrijkste hulpmiddelen. In dit dossier leest u hoe de nieuwe regels precies werken, wat een kilowattuur zonnestroom straks waard is, waarom een thuisbatterij voor de meeste huishoudens nog niet de logische eerste stap is en vooral: hoe u met uw huishoudelijke apparaten het maximale uit uw panelen haalt.
In dit dossier:
- 1. Wat verandert er op 1 januari 2027?
- 2. Wat uw zonnestroom straks waard is
- 3. De thuisbatterij eerlijk bekeken
- 4. Zelfverbruik: het getal waar alles om draait
- 5. Uw witgoed als virtuele batterij
- 6. Praktische strategie per apparaat
- 7. Automatiseren: de techniek doet het werk
- 8. Warmte als opslag: boiler en warmtepomp
- 9. Het juiste energiecontract na 2027
- 10. Stappenplan: zo pakt u het aan
- Veelgestelde vragen
Vanaf 2027 telt niet meer hoeveel u opwekt, maar wanneer u het gebruikt: een kilowattuur die u zelf verbruikt bespaart circa 29 cent, terugleveren levert netto vaak minder dan 2 cent op
1. De nieuwe realiteit: wat verandert er op 1 januari 2027?
Hoe salderen tot nu toe werkte
Tot en met 31 december 2026 mag u de stroom die u teruglevert aan het net wegstrepen tegen de stroom die u op andere momenten afneemt. Levert u in juli 400 kWh terug en gebruikt u in december 400 kWh van het net, dan betaalt u per saldo niets voor die stroom. Niet alleen het leveringstarief wordt gesaldeerd, maar ook de energiebelasting en de btw. Daardoor was een kilowattuur zonnestroom die u terugleverde in de praktijk evenveel waard als een kilowattuur die u zelf gebruikte: ongeveer 25 tot 30 cent. Het maakte niet uit wanneer u de stroom gebruikte, alleen hoeveel u per jaar opwekte. Het net fungeerde als een gratis, oneindig grote batterij.
Wat er per 1 januari 2027 verandert
De Wet beëindiging salderingsregeling is op 17 december 2024 door de Eerste Kamer aangenomen. Anders dan eerdere plannen kent de wet geen geleidelijke afbouw: de regeling stopt in één keer op 1 januari 2027. Vanaf dat moment worden afname en teruglevering apart afgerekend. Voor de stroom die u van het net haalt betaalt u het volledige tarief, inclusief energiebelasting en btw. Voor de stroom die u teruglevert krijgt u van uw leverancier een terugleververgoeding.
De wet noemt dat een 'redelijke vergoeding'. Om te voorkomen dat leveranciers die vergoeding tot nul laten zakken, geldt van 2027 tot en met 2030 een wettelijk minimum: minstens 50 procent van het kale leveringstarief, dus van het tarief zonder belastingen. Bij een kaal leveringstarief van rond de 11 cent komt dat neer op ongeveer 5,5 cent per kWh. Na 2030 vervalt dit minimum en bepalen leveranciers de vergoeding zelf, onder toezicht van de ACM.
Terugleverkosten blijven bestaan
Sinds 2024 rekenen veel leveranciers met een vast of variabel contract terugleverkosten aan klanten met zonnepanelen. In 2026 zijn dat vaak staffelbedragen die oplopen tot enkele honderden euro's per jaar. De ACM verwacht dat deze kosten na 2027 blijven bestaan, maar in een andere vorm: een variabel bedrag per teruggeleverde kWh in plaats van vaste staffels. Marktanalyses uit 2026 gaan uit van circa 4 tot 6,5 cent per teruggeleverde kWh. Dat betekent dat de terugleververgoeding en de terugleverkosten elkaar bij veel leveranciers bijna opheffen. Uit vergelijkingen van medio 2026 blijkt dat de netto opbrengst per teruggeleverde kWh bij de meeste vaste contracten tussen de -1 en +2,5 cent ligt. Bij sommige leveranciers betaalt u dus per saldo geld toe voor stroom die u levert.
De kern in één zin
Een kilowattuur die u zelf gebruikt op het moment dat uw panelen hem opwekken, bespaart u straks circa 29 cent. Diezelfde kilowattuur terugleveren levert u netto ergens tussen niets en een paar cent op. Het financiële spel verschuift daarmee van 'zoveel mogelijk opwekken' naar 'zoveel mogelijk direct verbruiken'. Alles in dit dossier draait om dat ene verschil.
2. Wat uw zonnestroom straks nog waard is (met rekenvoorbeeld)
Het uitgangspunt
Om de gevolgen tastbaar te maken, rekenen we met een gemiddeld Nederlands gezin. Het huishouden verbruikt 3.500 kWh per jaar en heeft tien moderne zonnepanelen op het dak die samen circa 4.000 kWh per jaar opwekken. Zonder bijzondere maatregelen gebruikt een huishouden gemiddeld 30 procent van de opgewekte stroom direct, zo blijkt uit cijfers die ook het ministerie hanteert. De rest gaat het net op, omdat de zon vooral overdag schijnt terwijl het meeste verbruik 's ochtends vroeg en 's avonds plaatsvindt. We rekenen met een all-in stroomtarief van 29 cent per kWh (het gemiddelde tarief in september 2026 volgens leveranciersoverzichten) en met een netto terugleveropbrengst van 1 cent per kWh, wat representatief is voor een vast contract na 2027. Waar dat tarief uit is opgebouwd en wat er op Prinsjesdag mee gebeurt, leest u in ons artikel over de energiebelasting in 2027.
Situatie tot en met 2026: salderen
Van de 4.000 kWh opwek gebruikt het gezin 1.200 kWh direct en levert het 2.800 kWh terug. Van het net neemt het 2.300 kWh af. Onder de salderingsregeling worden die 2.300 kWh weggestreept tegen de 2.800 kWh teruglevering. Het gezin betaalt niets voor stroom en krijgt voor het overschot van 500 kWh nog een kleine vergoeding. De stroomkosten bestaan eigenlijk alleen uit vaste leveringskosten en netbeheerkosten.
Situatie vanaf 2027: apart afrekenen
Hetzelfde gezin, hetzelfde gedrag. De 2.300 kWh die van het net komen, kosten nu 2.300 × €0,29 = €667. De 2.800 kWh teruglevering leveren netto 2.800 × €0,01 = €28 op. De stroomrekening stijgt met ongeveer €640 per jaar. Dit is het bedrag waar alle adviezen over thuisbatterijen op inspelen.
Wat verschuiven van verbruik oplevert
Nu het interessante deel. Stel dat het gezin, zonder een cent te investeren, de vaatwasser, wasmachine en droger consequent overdag laat draaien en daarmee het zelfverbruik verhoogt van 30 naar 40 procent. Dan gebruikt het 1.600 kWh direct en hoeft het nog maar 1.900 kWh van het net te halen. De rekening wordt 1.900 × €0,29 = €551, min €24 terugleveropbrengst: €527. Dat is €112 per jaar minder dan bij 30 procent.
Lukt het om naar 50 procent te komen, bijvoorbeeld met een slimme energiemanager en een boiler die op zonne-overschot draait, dan daalt de rekening naar circa €420: een besparing van bijna €220 per jaar ten opzichte van niets doen. Onafhankelijke berekeningen komen op vergelijkbare bedragen uit. Overstappen.nl berekende in juli 2026 dat 10 procent meer zelfverbruik, afhankelijk van het aantal panelen, €105 tot €222 per jaar oplevert, waarbij ook lagere terugleverkosten meetellen.
Zonder een cent te investeren daalt de rekening met €112 per jaar; met een energiemanager en een boiler op zonne-overschot met bijna €220. Een thuisbatterij van €5.500 tot €8.500 komt daar pas na
De vuistregel
Elke 100 kWh die u verschuift van 'terugleveren en later terugkopen' naar 'direct gebruiken' bespaart u ongeveer €28 per jaar. Eén wasbeurt overdag in plaats van 's avonds scheelt zo'n 25 tot 30 cent. Dat klinkt weinig, maar een gezin dat vier keer per week wast, drie keer droogt en vijf keer de vaatwasser gebruikt, verschuift op jaarbasis makkelijk 500 tot 700 kWh. Dat is €140 tot €200 per jaar zonder investering. Precies daarom is gedrag, en niet de batterij, de eerste stap.
3. De thuisbatterij eerlijk bekeken
Wat een thuisbatterij kost
Een thuisbatterij van 10 kWh, de meest verkochte maat, kost in 2026 inclusief installatie tussen de €5.500 en €8.500. Kleinere batterijen van 5 kWh zijn er vanaf circa €3.000, plug-in batterijen van 2 tot 5 kWh vanaf enkele honderden euro's. Er is op dit moment geen landelijke subsidie. Het 0%-btw-tarief geldt alleen als de batterij samen met zonnepanelen wordt geleverd. Fabrikanten geven meestal tien jaar garantie op minimaal 70 procent restcapaciteit; de technische levensduur van moderne LFP-batterijen wordt geschat op 15 tot 20 jaar.
Wat een thuisbatterij oplevert
Met een batterij stijgt het zelfverbruik van gemiddeld 30 naar 60 tot 80 procent. Voor ons voorbeeldgezin betekent dat een besparing van grofweg €400 tot €600 per jaar bij een vast contract. Bij een investering van €7.000 komt u dan uit op een terugverdientijd van 11 tot 12 jaar. Dat is binnen de levensduur, maar het rendement is bescheiden en u loopt het risico dat de batterij vervangen moet worden voordat hij is terugverdiend.
Bovendien geldt: een batterij die vol zit op een zonnige middag, kan niets meer opnemen. In mei en juni is de batterij vaak al om elf uur 's ochtends vol, terwijl in november en december de panelen te weinig opwekken om hem überhaupt te vullen. De batterij lost het zomeroverschot en het wintertekort niet op; alleen de dagcyclus.
Wanneer een batterij wél interessant is
De rekensom wordt aanzienlijk beter met een dynamisch energiecontract, waarbij de batterij ook 's nachts goedkope stroom inkoopt en tijdens dure avonduren ontlaadt, of zelfs meedoet aan handel op de onbalansmarkt. Aanbieders noemen dan terugverdientijden van 3 tot 7 jaar. Dat vraagt echter een dynamisch contract, een batterij met slimme software en de bereidheid om uw energiehuishouding aan een algoritme over te laten. Ook bij een grote installatie (meer dan 15 panelen) of bij een huishouden dat overdag vrijwel niets verbruikt, kan een batterij eerder uit.
Voor het gemiddelde gezin is de volgorde echter helder: eerst het zelfverbruik verhogen met wat u al heeft, dan pas kijken of er nog genoeg overschot overblijft om een batterij te rechtvaardigen. Wie eerst zijn witgoed slim inzet, ontdekt vaak dat de batterij kleiner kan, of nog even kan wachten tot de prijzen verder zijn gedaald.
De valkuil van het verkoopgesprek
Veel batterijadviezen rekenen met het volledige stroomtarief als opbrengst en gaan uit van 100 procent benutting van de batterijcapaciteit, elke dag van het jaar. In de praktijk haalt een batterij in Nederland gemiddeld 200 tot 250 volle laadcycli per jaar en gaat er bij laden en ontladen 8 tot 12 procent energie verloren. Vraag bij een offerte altijd naar de aannames over cycli, rendement en degradatie. En vraag vooral: wat is mijn huidige zelfverbruik, en wat kan ik daaraan doen voordat ik investeer?
4. Zelfverbruik: het getal waar alles om draait
Wat zelfverbruik precies is
Het zelfverbruik, ook wel gelijktijdigheid of eigen verbruik genoemd, is het percentage van uw opgewekte zonnestroom dat u op hetzelfde moment in huis gebruikt. Een huishouden waar overdag niemand thuis is en dat 's avonds kookt, wast en televisiekijkt, zit vaak op 20 tot 25 procent. Een gezin met thuiswerkers, een elektrische auto op de oprit en een elektrische boiler haalt zonder moeite 50 procent of meer. Het percentage hangt af van drie dingen: de grootte van uw installatie ten opzichte van uw verbruik, het moment waarop u verbruikt en de piekhoogte van uw verbruik.
Hoe u uw eigen zelfverbruik meet
U hoeft niet te gokken. De slimme meter in uw meterkast houdt bij hoeveel stroom u afneemt (telwerken 1.8.1 en 1.8.2) en hoeveel u teruglevert (2.8.1 en 2.8.2). Uw omvormer-app toont de totale opwek. Zelfverbruik = (opwek - teruglevering) / opwek. Heeft u in een jaar 4.000 kWh opgewekt en 2.800 kWh teruggeleverd, dan is uw zelfverbruik 30 procent.
Nog inzichtelijker wordt het met een P1-meter, een klein kastje van rond de 25 euro dat u in de P1-poort van uw slimme meter steekt. De bijbehorende app laat per minuut zien of u op dat moment stroom teruglevert of afneemt. Dat inzicht alleen al verandert gedrag: u ziet letterlijk dat u om twee uur 's middags 2.000 watt gratis het net op stuurt, en dat u 's avonds om acht uur 1.500 watt tegen 29 cent inkoopt. Hoe u vervolgens per apparaat meet wat het werkelijk verbruikt, staat stap voor stap in onze meetgids met P1-meter en slimme stekker.
Wat realistisch is zonder batterij
Uit ervaringen van huishoudens en uit modelberekeningen komt een consistent beeld: van 30 naar 40 procent is haalbaar met alleen gedrag en een timer op uw witgoed. Van 40 naar 50 procent vraagt automatisering en een grote flexibele verbruiker zoals een boiler, warmtepompboiler of elektrische auto. Boven de 50 tot 60 procent zonder batterij is alleen weggelegd voor huishoudens met een relatief kleine installatie of een zeer hoog dagverbruik.
Het goede nieuws: de eerste stappen zijn de goedkoopste én de meest lucratieve. De laatste procenten kosten het meest, en dat is precies het terrein van de batterij. Vandaar de volgorde van dit dossier.
5. Uw witgoed als virtuele batterij
Een wasbeurt om 13.00 uur in plaats van om 20.00 uur bespaart net zoveel netstroom als een batterij die op hetzelfde moment laadt en ontlaadt - alleen kost de verschuiving niets en slijt er niets
Wat een virtuele batterij is
Een echte batterij slaat stroom op om hem later te gebruiken. Een virtuele batterij doet iets anders: hij verplaatst verbruik naar het moment dat de stroom er is. Het resultaat op uw energierekening is hetzelfde. Een wasbeurt die u om 13.00 uur draait in plaats van om 20.00 uur, bespaart precies dezelfde kilowatturen van het net als een batterij die om 13.00 uur laadt en om 20.00 uur ontlaadt. Alleen kost de verschuiving niets, gaat er geen energie verloren bij het opslaan en slijt er niets.
De echte grootverbruikers in huis
Niet elk apparaat leent zich hiervoor. De koelkast, router en televisie verbruiken constant of op momenten die u niet kiest. De apparaten die water of lucht verwarmen, zijn de grote flexibele verbruikers. Onderstaande tabel geeft representatieve cijfers voor een gemiddeld huishouden.
| Apparaat | Verbruik per beurt | Piekvermogen | Kenmerk |
|---|---|---|---|
| Vaatwasser (eco) | 0,55 - 0,95 kWh | ca. 2.000 W | Lang, lage belasting |
| Vaatwasser (intensief/snel) | 1,2 - 1,6 kWh | ca. 2.000 - 2.400 W | Kort, hoge piek |
| Wasmachine 30-40 °C | 0,4 - 0,7 kWh | ca. 2.000 W | Piek in eerste 15 minuten |
| Wasmachine 60 °C | 0,8 - 1,2 kWh | ca. 2.000 - 2.200 W | Langere verwarmingsfase |
| Condensdroger | 2,5 - 4 kWh | 2.000 - 2.500 W | Hoge piek, korte duur |
| Warmtepompdroger (A/A+++) | 1,3 - 1,9 kWh | 600 - 1.000 W | Vlakke belasting |
| Elektrische boiler 80 l | 3 - 4 kWh per opwarming | 1.500 - 2.000 W | Warmte blijft uren bewaard |
| Warmtepompboiler 200 l | 1,5 - 2,5 kWh per dag | 400 - 700 W | Ideaal voor zonne-overschot |
| Elektrische auto | 10 - 40 kWh per lading | 1,4 - 11 kW (regelbaar) | Grootste flexibele verbruiker |
De cijfers verschillen per model, energielabel en belading; ze geven de orde van grootte aan. Het belangrijkste inzicht zit in de laatste twee kolommen. Een apparaat met een lage, vlakke belasting (warmtepompdroger, warmtepompboiler, eco-programma) past veel beter binnen de opbrengst van uw panelen dan een apparaat dat kort heel veel vraagt. Tien zonnepanelen leveren op een zonnige middag rond de 3.000 tot 3.500 watt, op een bewolkte dag 800 tot 1.500 watt. Een condensdroger van 2.500 watt trekt op zo'n bewolkte dag dus alsnog het grootste deel van het net. Een warmtepompdroger van 700 watt draait volledig op de zon.
Spreiden van belasting
De meest gemaakte fout is alles tegelijk aanzetten zodra de zon schijnt. Wasmachine, vaatwasser en droger gelijktijdig vragen in de verwarmingsfase samen 5.000 tot 6.000 watt. Zelfs een flinke installatie van 5 kWp levert dat alleen op een strakblauwe dag rond het middaguur. Alles wat boven de opwek uitkomt, koopt u alsnog in tegen het volle tarief. Door apparaten na elkaar te laten starten (bijvoorbeeld wasmachine om 10.30, vaatwasser om 12.00, droger om 13.30) blijft u onder de opwekcurve en gebruikt u een veel groter deel van uw eigen stroom. Een energiemanager doet dit automatisch, maar met de uitgestelde-starttimers die vrijwel elke moderne machine heeft, komt u handmatig al een heel eind.
Start de apparaten na elkaar in plaats van tegelijk: samen vragen wasmachine, vaatwasser en droger 5.000 tot 6.000 watt, en alles boven de curve koopt u alsnog in tegen het volle tarief
De vorm van de zonnecurve
Op een zonnige dag in mei begint een zuid-dak rond 07.00 uur op te wekken, bereikt de piek tussen 12.00 en 14.00 uur en zakt weer af naar nul rond 20.30 uur. In november ligt de piek op eenzelfde tijdstip, maar is hij grofweg vijf keer zo laag en duurt de bruikbare periode van 10.00 tot 15.00 uur. Oost-west-daken hebben een bredere, lagere curve: ze wekken eerder in de ochtend en later in de middag op, wat voor eigen verbruik juist gunstig is. Wie weet hoe zijn eigen curve loopt (de omvormer-app laat het zien), kan zijn apparaten daar precies op afstemmen. Vuistregel voor de meeste daken: tussen 11.00 en 15.00 uur is het venster het breedst, in de winter smaller.
6. Praktische strategie per apparaat
Het eco-programma verwarmt langzamer en op een lagere temperatuur: lager piekvermogen en daardoor beter te dekken met eigen opwek
De vaatwasser: de makkelijkste winst
De vaatwasser is het apparaat waar de verschuiving het minste moeite kost. Vrijwel niemand hoeft schone vaat om 21.00 uur; de machine draait 's avonds uit gewoonte. Laad hem in na het ontbijt, vul hem aan na de lunch en laat hem tussen 12.00 en 14.00 uur draaien. Kies het eco-programma: dat verwarmt het water langzamer en op een lagere temperatuur, waardoor het piekvermogen lager is en het verbruik met 0,55 tot 0,95 kWh ruim onder dat van een snel- of intensiefprogramma ligt.
Het langere programma is bij zonnestroom juist een voordeel. Een vaatwasser met uitgestelde start of, beter, met een app-koppeling, regelt dit zonder dat u eraan hoeft te denken. Met vijf beurten per week verschuift u zo 200 tot 250 kWh per jaar, goed voor circa €60 tot €70. Meer hierover leest u in ons artikel over energiezuinige vaatwassers en bespaartips.
Ruim tachtig procent van het stroomverbruik van een wasmachine gaat naar het verwarmen van water
De wasmachine: overdag en op lage temperatuur
Ruim tachtig procent van het stroomverbruik van een wasmachine gaat naar het verwarmen van water. Twee maatregelen versterken elkaar daarom: wassen overdag en wassen op 30 of 40 graden. Een 40-gradenwas kost 0,4 tot 0,7 kWh, een 60-gradenwas het dubbele. Moderne wasmiddelen wassen bij 30 graden uitstekend; alleen voor handdoeken, beddengoed en bij ziekte is 60 graden nodig. Plan die warme wassen op zonnige dagen.
Laad de machine 's avonds of 's ochtends in en gebruik de startuitstel of de zonnefunctie in de app. Het bezwaar dat natte was uren in de trommel blijft liggen, ondervangt u door de deadline in de app zo te zetten dat de machine klaar is als u thuiskomt, of door een machine met kreukbeschermingsfunctie die de was na afloop af en toe blijft draaien. Sommige nieuwere machines doseren automatisch wasmiddel en kiezen zelf het zuinigste programma, wat de combinatie met zonnestroom nog makkelijker maakt. Zie ook onze uitleg over energiezuinige wasmachines en het stappenplan voor het kiezen van een wasmachine.
Een warmtepompdroger vraagt 600 tot 1.000 watt en blijft daarmee ook op een halfbewolkte dag binnen de opbrengst van tien panelen
De droger: hier zit de grootste keuze
Als er één apparaat is waar de aanschafkeuze bepaalt of zonnestroom werkt, is het de droger. Een condensdroger vraagt 2.000 tot 2.500 watt en verbruikt 2,5 tot 4 kWh per beurt. Een warmtepompdroger met energielabel A verbruikt 1,3 tot 1,9 kWh per beurt bij een vermogen van 600 tot 1.000 watt. Het verschil in verbruik is al groot, maar het verschil in vermogen is voor zonnestroom nog belangrijker: een warmtepompdroger blijft ook op een halfbewolkte dag volledig binnen de opbrengst van tien panelen, een condensdroger vrijwel nooit.
Dat de warmtepompdroger er wat langer over doet, is bij zonnestroom geen nadeel maar een voordeel: het verbruik wordt over een langer stuk van de zonnecurve uitgesmeerd. Wie drie keer per week droogt, bespaart met de overstap naar een warmtepompdroger alleen al 150 tot 300 kWh per jaar aan verbruik, en haalt bovendien een veel groter deel daarvan uit eigen opwek. Combineer met een wasmachine die op tijd klaar is en de droger die automatisch aansluitend start. Lees ook ons dossier over de energiekosten van een wasdroger verlagen, de Bosch Serie 8 warmtepompdrogers met energieklasse A en de eerste droger met energielabel A.
Koken, oven en inductie
Koken is lastig te verschuiven: het avondeten wordt nu eenmaal 's avonds gekookt. Toch is er ruimte. Wie thuiswerkt, kan de warme maaltijd tussen de middag eten of het avondeten overdag voorbereiden en 's avonds alleen opwarmen. Een oven vraagt 2.000 tot 3.000 watt en trekt in een uur 1 tot 1,5 kWh; bakken en braden in het weekend kan prima overdag. Een stoomoven, heteluchtoven of airfryer verbruikt minder dan een conventionele oven. Verwacht hier geen grote winst; het is een bijvangst.
Koelen en vriezen
Koelkast en vriezer kunt u niet uitzetten, maar u kunt ze wel benutten. Sommige moderne koel-vriescombinaties hebben een 'supervries'- of 'superkoel'-stand die u overdag kunt inschakelen: het apparaat koelt dan extra ver terug op zonnestroom en hoeft 's avonds minder te draaien. Het effect is klein (enkele tientallen kWh per jaar), maar het kost niets. Belangrijker is de vervanging: een koel-vriescombinatie van vijftien jaar oud verbruikt vaak 300 tot 400 kWh per jaar, een moderne met label C of D de helft. Dat is winst op elk moment van de dag, ook 's nachts als er geen zon is - zie onze uitleg over energiezuinige koelkasten.
Warm water: de stille kampioen
Hoofdstuk 8 gaat er dieper op in, maar het hoort ook in dit rijtje: een elektrische boiler of warmtepompboiler is een van de beste 'batterijen' die u kunt hebben. Water dat u om 13.00 uur verwarmt, is om 07.00 uur de volgende ochtend nog warm genoeg om te douchen. Een gezin dat overstapt van een gasgestookte combiketel op een warmtepompboiler die op zonne-overschot draait, verschuift 800 tot 1.200 kWh per jaar naar het zonne-uur.
De elektrische auto
Voor wie een elektrische auto heeft die overdag (deels) thuis staat, is dit met afstand de grootste flexibele verbruiker. Een slimme laadpaal met 'solar mode' meet het overschot in de meterkast en laadt de auto precies met wat er over is. De minimale laadstroom is 6 ampère, wat op één fase circa 1,4 kW en op drie fasen circa 4,1 kW betekent; op bewolkte dagen kan een driefasenlader daardoor te weinig overschot hebben, en zijn laadpalen die automatisch naar één fase terugschakelen in het voordeel. Laadpalen van onder meer Alfen, myenergi (Zappi), Easee en SolarEdge ondersteunen dit. Wie de auto twee of drie dagen per week overdag thuis heeft, kan hiermee 1.000 tot 2.000 kWh per jaar uit eigen opwek laden, goed voor €300 tot €600 per jaar ten opzichte van terugleveren.
7. Automatiseren: laat de techniek het werk doen
Met een zonnetaak in de app wacht de machine tot de P1-meter genoeg teruglevering ziet en start dan vanzelf
Waarom automatiseren nodig is
Gedrag werkt, maar gedrag is ook kwetsbaar. De eerste weken let u op de zon, daarna wordt het routine, en na een regenachtige week vergeet u het. Bovendien kunt u niet elke dag om 11.00 uur thuis zijn om de wasmachine aan te zetten. Automatisering zorgt dat de verschuiving elke dag gebeurt, ook als u op uw werk zit en ook op dagen dat de zon pas om drie uur doorbreekt. De techniek is de afgelopen jaren goedkoop en toegankelijk geworden: voor minder dan 50 euro en een jaarabonnement van ruim tien euro heeft u een werkende energiemanager, mits uw apparaten mee kunnen doen.
Stap 1: meten in de meterkast
De basis is een P1-meter die in de slimme meter wordt gestoken. Die leest elke seconde af of het huis netto stroom afneemt of teruglevert. Dat is het enige signaal dat een energiemanager nodig heeft: zodra er langdurig meer dan bijvoorbeeld 1.000 watt wordt teruggeleverd, is er ruimte om een apparaat te starten. De bekendste consumentenoplossing in Nederland is de HomeWizard P1-meter (circa €25). Alternatieven zijn energiemanagers van omvormerfabrikanten zoals de SMA Sunny Home Manager, het Enphase-systeem, de SolarEdge Home-energiemanager of Smappee, die ook de opwek meten en vaak meer apparaten kunnen aansturen. Voor de handige doe-het-zelver is Home Assistant een gratis platform dat vrijwel alles aan elkaar knoopt.
Stap 2: apparaten die luisteren
De energiemanager moet een startsignaal kunnen sturen naar het apparaat. Daarvoor zijn drie routes. De eerste is een slimme stekker: geschikt voor een elektrische boiler, een simpele droger zonder elektronica of een aquariumverwarming, maar niet voor moderne wasmachines en vaatwassers, die na een stroomonderbreking niet vanzelf starten. De tweede route is de app-koppeling van de fabrikant: het apparaat zit via wifi in de fabrikants-cloud en de energiemanager stuurt via die cloud het startcommando. Dit is de route die voor witgoed het beste werkt. De derde route is een contactingang of 'SG Ready'-aansluiting op het apparaat zelf, gebruikelijk bij warmtepompen, warmtepompboilers en laadpalen.
Home Connect (Bosch, Siemens, Neff, Gaggenau) met HomeWizard
Voor Nederlandse huishoudens is de combinatie Home Connect met HomeWizard op dit moment de meest uitgewerkte oplossing voor witgoed. Wasmachines, drogers, was-droogcombinaties en vaatwassers van Bosch, Siemens, Neff en Gaggenau met wifi kunnen aan de HomeWizard Energy-app worden gekoppeld. In de app maakt u een 'zonnetaak': u laadt de machine in, kiest het programma, drukt op afstandsstart en geeft aan wanneer de was uiterlijk klaar moet zijn. De app wacht vervolgens tot de P1-meter genoeg teruglevering ziet en start de machine op dat moment. Is de zon er die dag niet, dan start de machine alsnog op tijd voor de deadline.
Voor deze functie is het Energy+-abonnement van HomeWizard nodig (€11,95 per jaar in 2026). Met een dynamisch contract kunt u in plaats van een zonnetaak ook een 'dynamisch-tarieftaak' maken die de machine op het goedkoopste uur start; beide taken tegelijk combineren kan (nog) niet. De Consumentenbond testte de koppeling en beoordeelde de apps als overzichtelijk en makkelijk in gebruik, met als praktische kanttekening dat natte was kan gaan ruiken als de machine uren voor uw thuiskomst klaar is; de deadline-instelling lost dat op. Home Connect werkt daarnaast met Smappee en Enphase als energiemanager, en via Home Assistant met vrijwel elk ander systeem. Wat wifi op een apparaat praktisch betekent, leest u in onze uitleg over Bosch Home Connect.
Miele en andere merken
Apparaten van Miele met Miele@home kunnen via de Miele-app op afstand worden gestart en zijn te koppelen aan energiemanagementsystemen van onder meer Smappee, Homey en Loxone; Miele biedt daarnaast een open ontwikkelaarsinterface waardoor de apparaten ook in Home Assistant en vergelijkbare platforms te sturen zijn. In Duitsland en Oostenrijk levert Miele modellen met een SG Ready-koppeling die rechtstreeks door een zonne-energiemanager kunnen worden gestart.
AEG en Electrolux bieden via hun app uitgestelde start en, bij nieuwere modellen, koppelingen met dynamische tarieven. Samsung (SmartThings Energy) en LG (ThinQ) hebben vergelijkbare functies, waarbij de mate van koppeling met Nederlandse P1-meters per model verschilt. Vraag bij aanschaf altijd concreet: kan dit apparaat door een externe energiemanager worden gestart, en met welk systeem? De term 'wifi' of 'smart' op de doos is niet genoeg; het gaat om de afstandsstart en de open koppeling. Twijfelt u of een bepaald model dat kan, vraag het ons dan voordat u erop rekent - wij zoeken het per model voor u uit.
Wat als uw apparaten niet slim zijn?
Dan werkt de uitgestelde-starttimer die vrijwel elke machine van de laatste tien jaar heeft. Stel de start in op het moment dat de zon volgens de weersverwachting op zijn sterkst is; in de zomer meestal 12.00 tot 13.00 uur. U mist de finesse van het reageren op wolken, maar u verschuift wel het grootste deel van het verbruik. Wie zijn witgoed toch gaat vervangen, doet er verstandig aan het toekomstige energiemanagement mee te wegen in de keuze: een wasmachine gaat twaalf tot vijftien jaar mee en die hele periode valt na het einde van salderen.
Kosten en opbrengst van automatiseren
De instapset (P1-meter en een jaar abonnement) kost minder dan 40 euro. Dat verdient zich met de eerste twee maanden zonnig weer terug. Een volwaardige energiemanager van een omvormerfabrikant kost 300 tot 600 euro, maar stuurt dan ook laadpaal, boiler en warmtepomp aan. Vergelijk dat met de 5.500 tot 8.500 euro voor een batterij en het is duidelijk waarom dit de eerste stap zou moeten zijn.
8. Warmte als opslag: boiler, warmtepomp en koeling
Waarom warmte de goedkoopste batterij is
Elektriciteit opslaan is duur; warmte opslaan is goedkoop. Een boilervat van 200 liter dat u van 15 naar 60 graden verwarmt, bevat ruim 10 kWh aan warmte. Een lithiumbatterij met dezelfde capaciteit kost 6.000 tot 8.000 euro; een boiler een fractie daarvan. Het nadeel: u kunt de opgeslagen energie alleen als warm water gebruiken, niet om 's avonds de televisie op te laten draaien. Maar aangezien warm water in de meeste huishoudens 15 tot 20 procent van het energieverbruik uitmaakt, is dat geen klein deel.
De elektrische boiler op zonne-overschot
De eenvoudigste variant is een gewone elektrische boiler van 80 tot 120 liter die via een slimme stekker of een relais alleen wordt ingeschakeld als de P1-meter een overschot ziet. Een boiler van 2.000 watt past prima onder de opwekcurve van tien panelen op een zonnige dag. Nadeel is het lage rendement: één kWh stroom wordt één kWh warmte, en het stilstandsverlies van een boiler bedraagt 1 tot 1,5 kWh per dag. Voor huishoudens die nu op gas verwarmen, is het vooral interessant als voorverwarmer of als vervanging van een keukenboiler. Kant-en-klare 'zonnestroomboilers' met ingebouwde slimme aansturing kosten rond de €2.000 inclusief installatie.
De warmtepompboiler: de beste match met zonnepanelen
Een warmtepompboiler haalt warmte uit de omgevingslucht (bijvoorbeeld van zolder of berging) en gebruikt daarvoor slechts een derde tot een vierde van de stroom die een elektrische boiler nodig heeft. Met een vermogen van 400 tot 700 watt draait hij ook op bewolkte dagen volledig op eigen opwek, en met een vat van 200 tot 270 liter voorziet hij een gezin ruimschoots van warm water voor een hele dag. Veel modellen hebben een 'PV-ready'- of SG Ready-ingang: een contact waarmee een energiemanager de boiler op zonne-overschot naar een hogere temperatuur laat opwarmen, zodat hij 's avonds en 's nachts niet hoeft te draaien.
Een gezin dat 1.000 kWh per jaar aan warm water uit eigen zonnestroom haalt, bespaart daarmee circa €290 aan stroom, of vervangt bij een overstap van gas een groot deel van het gasverbruik voor warm water, dat bij een gezin al snel 200 tot 300 m³ per jaar bedraagt. Dat is een terugverdientijd die voor de meeste huishoudens beter uitpakt dan die van een thuisbatterij.
Warmtepomp en vloerverwarming als buffer
Wie een warmtepomp voor de verwarming heeft, kan in het stookseizoen dezelfde truc uithalen: de woning overdag op zonnestroom een graad extra opwarmen en 's avonds de warmtepomp laten rusten. Vloerverwarming in een betonvloer houdt warmte urenlang vast en fungeert daardoor als warmtebuffer. Vrijwel alle warmtepompen hebben hiervoor een SG Ready-aansluiting waarmee de energiemanager het 'overschot'-signaal geeft. In de winter is het zonne-overschot beperkt, maar in de tussenseizoenen (maart, april, oktober) kan dit een flink deel van de verwarming dekken.
Airco en koeling
Steeds meer woningen hebben een airco of een warmtepomp die kan koelen. Koelen is bij uitstek een zonne-toepassing: de behoefte is het grootst op de momenten dat de panelen het meest opwekken. Zet de airco overdag aan op eigen stroom en koel het huis ruim voor, in plaats van hem 's avonds aan te zetten als u van uw werk thuiskomt en de panelen niets meer leveren. Een goed geïsoleerde woning houdt de koelte vast, wat hetzelfde bufferprincipe is als bij vloerverwarming.
9. Het juiste energiecontract na 2027
Vast, variabel of dynamisch?
Bij een vast of variabel contract krijgt u vanaf 2027 een vaste terugleververgoeding (minimaal 50 procent van het kale tarief) en betaalt u bij de meeste leveranciers terugleverkosten per kWh. Netto houdt u daar weinig aan over. Bij een dynamisch contract volgt de prijs de uurprijs op de groothandelsmarkt, zowel voor afname als voor teruglevering. Aanbieders als Zonneplan, Frank Energie, Tibber en ANWB Energie rekenen geen terugleverkosten en betalen de marktprijs, soms met een kleine bonus daarbovenop. Historisch ligt de gemiddelde marktprijs die u voor teruglevering ontvangt tussen 5 en 7 cent per kWh, aanzienlijk meer dan de 0 tot 2,5 cent netto bij vaste contracten.
Voor zonnepaneelbezitters die niet handelen met een batterij, is het verschil vooral: dynamisch geeft een eerlijkere terugleverprijs en biedt de mogelijkheid om afname naar goedkope uren te verschuiven. Hoe u dat met wassen en drogen praktisch aanpakt, staat in ons artikel over slim wassen en drogen met dynamische energietarieven.
Het risico van negatieve prijzen
Bij een dynamisch contract kan de prijs op zonnige middagen in het voorjaar negatief worden. In 2025 gebeurde dat ruim 560 uur, vooral in april tot en met juni rond het middaguur en in weekenden; in de eerste maanden van 2026 was het aantal negatieve uren overigens fors lager. Op zo'n moment betaalt u voor elke teruggeleverde kWh in plaats van dat u ervoor krijgt. Voor een huishouden met tien panelen gaat het zonder maatregelen om 200 tot 380 kWh per jaar en een schadepost van 5 tot 20 euro. Klein, maar vermijdbaar.
De oplossing is dezelfde als in de rest van dit dossier: op die uren juist uw verbruik inschakelen (de boiler, de vaatwasser, de auto). Daarnaast kunnen de meeste moderne omvormers via een energiemanager of via de app van de leverancier automatisch worden begrensd op negatieve uren, zodat uw opwek tijdelijk wordt afgeknepen tot wat u zelf gebruikt. Zonneplan, Frank Energie en anderen bieden dit als standaardfunctie in combinatie met hun eigen omvormerkoppelingen.
Terugleverkosten vergelijken
Het verschil tussen de goedkoopste en duurste vaste leverancier bedroeg in 2026 bij een teruglevering van 2.500 kWh ruim 180 euro per jaar, en bij grotere installaties tot 370 euro. Dat verschil is groter dan wat de meeste huishoudens met gedragsverandering besparen. Vergelijk daarom niet alleen het leveringstarief, maar vooral de combinatie van terugleververgoeding en terugleverkosten, en reken die door met uw eigen terugleverhoeveelheid van vorig jaar (die staat op uw jaarafrekening). Let op het volgende: wie nu een meerjarig vast contract heeft dat doorloopt tot na 1 januari 2027, krijgt van de leverancier bericht over de nieuwe voorwaarden. Volgens de ACM moet u bij een eenzijdige wijziging kosteloos kunnen opzeggen.
Wat het beste past bij welke situatie
Een huishouden dat zijn verbruik overdag kan sturen, geen batterij heeft en het rustig wil houden, zit doorgaans goed bij een vast contract met lage terugleverkosten. Een huishouden dat de stap naar automatisering al heeft gezet en bereid is af en toe naar de prijzen te kijken, haalt bij een dynamisch contract doorgaans een hogere terugleveropbrengst en kan ook zijn avondverbruik goedkoper inkopen. Een batterij of elektrische auto maakt dynamisch bijna altijd aantrekkelijker. Dit is geen financieel advies; de juiste keuze hangt af van uw eigen verbruiksprofiel en risicobereidheid.
10. Stappenplan: zo pakt u het aan
Stap 1 - Meet waar u staat (deze maand)
Pak uw jaarafrekening en de app van uw omvormer. Bereken uw zelfverbruik: opwek min teruglevering, gedeeld door opwek. Plaats een P1-meter en kijk een week lang wanneer u teruglevert en wanneer u afneemt. Noteer welke apparaten u 's avonds gebruikt en welke daarvan overdag zouden kunnen draaien.
Stap 2 - Verschuif wat u kunt met wat u heeft (kost niets)
Vaatwasser na de lunch, wasmachine met uitgestelde start rond het middaguur, droger aansluitend, boiler of warmtepompboiler op een dagtimer tussen 11.00 en 15.00 uur, oven en airco overdag. Verwacht 30 naar 38 tot 42 procent zelfverbruik, oftewel 100 tot 150 euro per jaar.
Stap 3 - Automatiseer de grootverbruikers (30 tot 600 euro)
Koppel witgoed met een afstandsstartfunctie aan een energiemanager (bijvoorbeeld Home Connect via HomeWizard). Voorzie de boiler of warmtepompboiler van een overschotsturing. Heeft u een elektrische auto, kies dan een laadpaal met solar mode. Verwacht 45 tot 55 procent zelfverbruik zonder auto en 60 procent of meer mét auto.
Stap 4 - Vervang slim op het natuurlijke moment
Gaat de condensdroger stuk, kies dan een warmtepompdroger met app-koppeling. Is de wasmachine aan vervanging toe, kies dan een model met afstandsstart en open koppeling met een energiemanager. Gaat de cv-ketel of keukenboiler het begeven, overweeg dan een warmtepompboiler met PV-ready-ingang. Zo groeit de virtuele batterij mee zonder dat u apparaten vervroegd afschrijft.
Stap 5 - Kies uw contract bewust
Vergelijk terugleververgoeding en terugleverkosten met uw eigen terugleverhoeveelheid. Overweeg dynamisch als uw automatisering op orde is. Laat de omvormer begrenzen bij negatieve prijzen.
Stap 6 - Bepaal pas dan of een batterij nodig is
Als na stap 1 tot en met 5 nog steeds meer dan de helft van uw opwek het net op gaat en u overdag structureel weinig verbruikt, kan een batterij het sluitstuk zijn. U weet dan precies hoeveel overschot u heeft en kunt de batterij op maat kiezen; vaak blijkt 5 kWh dan voldoende in plaats van 10 kWh, wat de investering halveert. En de prijzen dalen: wachten is in dit geval zelden nadelig.
Wat het oplevert: drie huishoudens
Ter illustratie drie profielen, elk met tien panelen (4.000 kWh) en een stroomtarief van 29 cent. Het tweeverdienersgezin dat overdag niet thuis is, begint op 25 procent zelfverbruik. Met timers en een Home Connect-koppeling komt het op 38 procent; de vaatwasser en de was draaien nu elke werkdag automatisch tussen 11.00 en 15.00 uur. Besparing: circa €150 per jaar, investering: €40.
Het gezin met een thuiswerker en een warmtepompboiler begint op 35 procent en komt met automatisering en boilersturing op 52 procent. Besparing: circa €200 per jaar ten opzichte van niets doen; de warmtepompboiler was al aanwezig. Het huishouden met een elektrische auto die drie dagen per week thuis staat, begint op 30 procent en komt met een solar-laadpaal en witgoedsturing op 65 procent. Besparing: circa €400 per jaar, investering: het meerbedrag voor een slimme laadpaal.
In alle drie de gevallen blijft er 's winters een tekort en 's zomers een overschot, maar de jaarrekening is honderden euro's lager dan in het scenario zonder maatregelen. En in geen van de drie gevallen is een thuisbatterij nodig om dat te bereiken.
Veelgestelde vragen over zonnestroom en witgoed
- 1. Heb ik na 2027 echt geen thuisbatterij nodig?
- Nee, een batterij is niet verplicht en voor de meeste huishoudens met een vast contract is de terugverdientijd van 11 tot 12 jaar nog lang. Door uw grote apparaten overdag te laten draaien, kunt u het zelfverbruik van gemiddeld 30 procent naar 40 tot 50 procent brengen en zo 100 tot 250 euro per jaar besparen zonder investering. Pas als daarna nog een groot overschot overblijft, wordt een batterij het overwegen waard.
- 2. Welke apparaten kan ik het beste overdag aanzetten?
- Apparaten die water of lucht verwarmen: vaatwasser, wasmachine, droger, elektrische boiler of warmtepompboiler, en de elektrische auto als u die heeft. Start ze na elkaar in plaats van tegelijk, zodat u onder de opbrengst van uw panelen blijft.
- 3. Hoeveel levert één wasbeurt overdag in plaats van 's avonds op?
- Ongeveer 0,5 tot 1 kWh, dus 15 tot 30 cent per beurt. Bij vier wasbeurten, drie droogbeurten en vijf vaatwasbeurten per week loopt dat op tot 140 tot 200 euro per jaar.
- 4. Wat heb ik nodig om mijn wasmachine automatisch op zonnestroom te laten starten?
- Een slimme meter, een P1-meter (zoals de HomeWizard P1 van circa 25 euro), een energiemanager-app met zonnefunctie (bij HomeWizard het Energy+-abonnement van circa 12 euro per jaar) en een wasmachine met afstandsstart die aan die app gekoppeld kan worden, bijvoorbeeld Bosch, Siemens of Neff met Home Connect.
- 5. Is een warmtepompdroger echt beter voor zonnestroom dan een condensdroger?
- Ja. Een warmtepompdroger vraagt 600 tot 1.000 watt en verbruikt 1,3 tot 1,9 kWh per beurt; een condensdroger vraagt 2.000 tot 2.500 watt en verbruikt 2,5 tot 4 kWh. Het lagere vermogen betekent dat de warmtepompdroger ook op een halfbewolkte dag volledig op uw eigen panelen draait.
- 6. Wat krijg ik na 2027 nog voor teruggeleverde stroom?
- Tot en met 2030 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, in de praktijk rond de 5 tot 6 cent per kWh. Daar gaan bij veel vaste contracten terugleverkosten van af, waardoor u netto vaak minder dan 2 cent overhoudt. Bij dynamische contracten krijgt u de marktprijs, historisch 5 tot 7 cent gemiddeld, meestal zonder terugleverkosten.
- 7. Kan ik mijn zonnepanelen beter uitzetten?
- Nee. Ook na 2027 bespaart elke kWh die u zelf gebruikt het volle tarief van rond de 29 cent. De minister heeft dit in april 2025 nog eens bevestigd. Alleen bij negatieve uurprijzen op een dynamisch contract kan het lonen de omvormer tijdelijk te begrenzen, en dat kan automatisch.
- 8. Werkt dit ook in de winter?
- Beperkt. In november tot en met januari wekken panelen 10 tot 15 procent van hun jaaropbrengst op en is het venster smaller, ongeveer 10.00 tot 15.00 uur. Dezelfde apparaten overdag laten draaien blijft zinvol, maar het effect is kleiner. Geen enkele oplossing, ook een thuisbatterij niet, lost het winterse tekort op.

4.6 uit 3839 reviews